Ga naar hoofdcontent
Reisbeeld van Siena in Italië

Stad

Siena: gelato na de klim

Door Redactie

In Siena lieten we de ruime Toscaanse heuvels achter ons voor steile straten, volle doorkijkjes, Il Campo en een Duomo waar we langer bleven kijken dan gepland.

Bij aankomst in Siena merkten we meteen dat de stad een ander tempo heeft dan het landschap eromheen. Buiten zie je ruimte, heuvels en lange lijnen; binnen sta je al snel tussen hoge huizen van warme baksteen, smalle doorgangen en straten die vrijwel altijd een beetje omhoog of omlaag lopen. We begonnen nog met het idee dat we een paar vaste plekken zouden afwerken, maar dat plan verdween al na de eerste bocht. Er was telkens wel een trapje, een boog, een klein winkeltje of een uitzicht tussen de daken waardoor we toch weer een andere straat in liepen.

Il Campo was voor ons het fijne middelpunt van die wandeling. Na alle klimmetjes was het heerlijk om even te zitten en te kijken naar het gewone gedoe op het plein: mensen met een drankje, bezoekers die foto’s maakten en anderen die net als wij probeerden te besluiten waar ze daarna heen wilden. De gebogen vorm geeft het plein iets vriendelijks; het voelt groot genoeg om even uit te rusten, zonder dat het afstandelijk wordt.

Van daaruit liepen we verder richting de Duomo. Juist omdat je hem niet van veraf langzaam ziet naderen, kwam hij extra onverwacht om de hoek kijken. Buiten bleven we al hangen bij de strepen en details, maar binnen keken we nog vaker omhoog en omlaag. De vloer, zuilen en decoratie maakten dat we steeds iets nieuws zagen zodra we een paar passen verplaatsten. Siena is compacter en levendiger dan de dorpjes in de Toscaanse omgeving, maar door alle zijstraatjes voelt de stad nergens als één grote drukke route. Voor ons was het absoluut de moeite waard: een stad waar een ijsje, een plein en doelloos omkijken samen al een heel geslaagde dag opleveren.

De stad komt pas na de heuvel

Het contrast met de omgeving vonden we misschien wel het leukste. Vanuit het open Toscaanse landschap stapten we een dichtgebouwde stad in, waar de daken bijna tegen elkaar aan lijken te liggen. Daardoor voelt Siena meteen stedelijker dan de kleine plaatsen in de buurt, maar nooit onpersoonlijk. Na een paar minuten lopen hadden we al het idee dat we midden in plaats van aan de rand van de stad stonden.

Even uitblazen op Il Campo

Op Il Campo hoefden we niets bijzonders te doen om het naar onze zin te hebben. We zochten een plek aan de rand, gaven onze benen rust en keken gewoon rond. Juist dat maakte het plein prettig: er gebeurt genoeg om naar te kijken, terwijl je zelf niet hoeft op te schieten. Daarna hadden we weer energie voor de volgende klim en natuurlijk voor een gelato tussendoor.

De Duomo hield ons langer bezig

Bij de Duomo verwachtten we vooral een mooi gebouw van buiten, maar binnen bleven we veel langer hangen. We keken naar de vloer, de gestreepte onderdelen en alle kleine versieringen die je niet in één oogopslag ziet. Het was geen bezoek waarbij we alles wilden verklaren of afvinken; we vonden het vooral leuk om rustig rond te lopen en telkens weer een detail te ontdekken dat ons eerder was ontgaan.