Romeinse supplì al telefono met ragù en gesmolten mozzarella
Supplì al telefono
Gepubliceerd op
Klassieke Romeinse rijstkroketten met rode ragùrijst, pecorino en een kern van mozzarella die lange draden trekt zodra je de supplì warm openbreekt.
Supplì al telefono behoren bij Rome zoals een punt pizza al taglio: langwerpige, goudbruin gefrituurde rijstkroketten met een dunne krokante korst en een hart van mozzarella. De naam verwijst naar het kaasdraadje dat ontstaat wanneer je een warme supplì in tweeën breekt.
Voor deze klassieke versie kook je de rijst rechtstreeks in een volle tomatenragù met rundvlees en een klein beetje kippenlever, zoals in de Romeinse traditie gebruikelijk is. Laat de rijst daarna echt goed koud worden; zo kun je stevige kroketten vormen die tijdens het frituren mooi gesloten blijven. Serveer ze direct als warm voorgerecht, bij een borrel of als Italiaanse snackavond thuis.
Ingrediënten
- 2 elOlijfolie
- 1 stukKleine uiZeer fijn gesneden
- 1 steelBleekselderijZeer fijn gesneden
- 1 stukKleine wortelZeer fijn gesneden
- 200 gRundergehakt
- 50 gKippenleverFijngehakt
- 75 mlDroge witte wijn
- 400 gPassataGezeefde tomaten
- 300 gRisottorijstBij voorkeur Roma of Arborio
- 850 mlRunderbouillonHeet, mogelijk heb je niet alles nodig
- 50 gPecorino RomanoFijn geraspt
- 2 stuksEierenLosgeklopt
- 160 gMozzarella fiordilatteGoed uitgelekt en in 8 staafjes gesneden
- 100 gBloem
- 160 mlKoud water
- 200 gPaneermeel
- 1 snufZoutNaar smaak
- 1 snufZwarte peperNaar smaak
- 1 lArachideolie of andere neutrale frituurolieOm te frituren
Bereidingswijze
Maak de ragù
Verhit de olijfolie in een ruime pan. Bak ui, bleekselderij en wortel op laag vuur in 8 minuten zacht, zonder ze bruin te laten worden. Voeg het rundergehakt en de kippenlever toe en bak alles al omscheppend rul.
Laat de saus inkoken
Schenk de witte wijn erbij en laat bijna volledig verdampen. Voeg de passata, zout en peper toe. Laat de ragù met het deksel half op de pan 20 minuten rustig pruttelen, tot hij geurig en redelijk dik is.
Gaar de rijst in de ragù
Roer de rijst door de ragù. Voeg steeds een scheut hete bouillon toe zodra de vorige bijna is opgenomen en blijf regelmatig roeren. Kook de rijst in circa 16 tot 18 minuten gaar; het mengsel moet stevig en niet nat zijn.
Koel het rijstmengsel
Neem de pan van het vuur en roer de Pecorino Romano en de losgeklopte eieren erdoor. Proef en breng zo nodig verder op smaak. Spreid de rijst uit op een grote schaal en laat hem volledig afkoelen. Zet hem daarna minstens 1 uur afgedekt in de koelkast.
Vorm de Romeinse rijstkroketten
Verdeel de koude rijst in 8 gelijke porties. Maak je handen licht vochtig, druk een portie plat in je hand en leg er een staafje mozzarella op. Vouw de rijst er volledig omheen en vorm een stevige, langwerpige kroket.
Paneer de supplì
Klop bloem en koud water glad tot een dik, vloeibaar beslag. Haal iedere kroket eerst door het beslag en vervolgens door het paneermeel. Druk de paneerlaag rondom goed aan en laat de supplì 10 minuten rusten.
Frituur en serveer direct
Verhit de frituurolie tot 175 °C. Frituur de supplì in kleine porties in 4 tot 5 minuten gelijkmatig goudbruin. Laat kort uitlekken op keukenpapier en serveer ze meteen, zodat de mozzarella nog mooi draderig is.
Tips & Notities
Dep de mozzarella zeer goed droog, anders kan de vulling de rijstlaag tijdens het frituren openstoten. Geen kippenlever in huis of liever niet gebruiken? Vervang die door dezelfde hoeveelheid rundergehakt; de smaak wordt iets milder, maar de supplì blijven overtuigend Romeins. Breek ze pas aan tafel open voor het kenmerkende mozzarella-draadje.
Verder koken
Meer uit deze categorie
Nieuwsbrief
Elke dag een stukje Italië in je mailbox
Schrijf je vandaag in en ontvang vanaf morgen elke dag een heerlijk Italiaans recept in je mailbox.
